Impressie 5 maart Middenbeemster

 

Waarom Beemster gaat fuseren met Purmerend

Inleiding

De gemeenteraad van Beemster heeft op 9 januari 2018 het besluit genomen om toe te werken naar een fusie met de gemeente Purmerend.  Beemster is te klein om alle taken nog goed te kunnen uitvoeren en bovendien zijn er financiële problemen ontstaan. Het college van B&W, bestaande uit Burgemeester Joyce van Beek, wethouder Aagje Zeeman en wethouder Dick Butter en gemeentesecretaris Leny van Duivenvoorde, voerden vervolgens informatiegesprekken met de inwoners uit alle kernen. Wat leeft er onder de bevolking? Na deze informatieronde volgen er in mei/ juni bijeenkomsten waarin inwoners kunnen aangeven welke zaken in de onderhandelingen met Purmerend meegenomen moeten worden. Eind mei zal ook, zo verwacht men, Purmerend een positief besluit nemen. Vervolgens maken Beemster en Purmerend een ontwerp van de nieuwe gemeente en kan de omgeving daarop reageren. Uiteindelijk besluiten de Tweede en de Eerste Kamer over de fusie. Het proces zal al met al drie jaar duren.

Op maandag 5 maart ontmoette het college het eerste gesprek met de inwoners van Middenbeemster in zorgcentrum Middelwijck.

Aanwezigen: inwoners, ondernemers, raadsleden, college (zonder Dick Butter), medewerkers van de gemeente Beemster, media en medewerkers Stichting Dialoog. U treft hierbij een impressie van de bijeenkomst. Er komt een apart overzicht van vragen en antwoorden beschikbaar.

‘Hoe heeft het zover kunnen komen?’

Inwoners teleurgesteld over het besluit, maar ook oproep tot verder gaan.

Vragenrondje
Uit het eerste vragenrondje rees voornamelijk onbegrip over de wijze waarop het besluit over de fusie is genomen en over het ontstaan van de financiële problemen in de Beemster. Iemand verwoordde het als volgt: ‘Lette dan niemand in het verleden op de centen? En: ‘de disbalans en het wanbeleid zijn veroorzaakt door de bestuurders van toen, waar wij als bewoners nu voor mogen opdraaien,’ zei iemand anders.

Financiële problemen
Onder leiding van Olguita Oudendijk van Stichting Dialoog reageerden Joyce van Beek en Aagje Zeeman: ‘Ik begrijp dat dit voor de Beemsterlingen heel zwaar is,’ zei de burgemeester, ‘maar we konden niet anders.’ Het college heeft in het verleden beslissingen genomen waar men nu de wrange vruchten van plukt. En met het belastinggeld van slechts 9.200 inwoners kunnen we onmogelijk alle kosten ophoesten voor het achterstallig onderhoud, onder andere van het riool en het groen.’

Problemen schaalgrootte en takenpakket
Gemeentesecretaris Leny van Duivenvoorde voegde daaraan toe dat extra taken zoals de jeugdzorg naar de gemeente zijn gekomen. Het geld dat het rijk daarvoor beschikbaar stelt is te weinig, maar evengoed moet de gemeente er voor zorgen dat alle kinderen die zorgtrajecten van 80 duizend euro nodig hebben, die ook kunnen krijgen.

Fuseren is de oplossing
Leny van Duivenvoorde benadrukte dat de situatie nu vraagt om een adequate ingreep. De oplossing zit in bestuurlijk fuseren met Purmerend, want de ambtelijke samenwerking is niet meer voldoende om de opgaven aan te kunnen. Aagje Zeeman: ‘Dit zijn afschuwelijke maatregelen om te moeten nemen, maar we staan met onze rug tegen de muur, de financiën moeten we op orde krijgen. Dat is onze verantwoordelijkheid naar u. Ik kan u verzekeren dat het besluit tot een fusie niet lichtzinnig is genomen.’ Een van de raadsleden onderstreepte dat het besluit uitgebreid is gewogen en dat we vooral voorwaarts moeten. De vraag is niet meer óf maar hoe.

‘Waarom niet vooraf betrokken?’

Op de vraag waarom de Beemsterlingen niet waren meegenomen in de keuze voor de fusie kon de burgemeester kort zijn: ‘Er wás helemaal geen keuze. Het alternatief is een artikel-12 gemeente worden, dat betekent zoveel als de financiële zelfstandigheid inleveren en onder curatele te worden gesteld van de Provincie. En dat is van de regen in de drup.’ En dus zullen we moeten onderhandelen met Purmerend, waarbij, de burgemeester riep er een paar keer toe op, de stem van de inwoners heel belangrijk bij is. ‘Ga alstublieft in maart stemmen en kom daarna naar de inspraakrondes in mei en juni om ons te vertellen wat voor u van waarde is voor de Beemster. Dan kunnen wij zorgen dat Beemster goed vertegenwoordigd is in Purmerend.’

En toen brak plotseling de vertegenwoordigster van het ouderenzangkoor in en het koor zette een levenslied in om te onderstrepen dat ze over twee jaar niet meer bestaan. Het bleek dat de raad onlangs had besloten de cultuursubsidies af te bouwen; een direct gevolg van de financiële problemen en het fusiebesluit.

Identiteit
Een ander punt van zorg was de identiteit en het daarbij horende unieke cultuurlandschap. ‘We zijn een gezellig en mooi dorp, wat gebeurt daar dan mee?’ De burgemeester verzekerde dat het werelderfgoed-predicaat de garantie vormt tegen een Beemster-omgeving die vol met hoogbouw komt. Bovendien vullen de gemeenten elkaar aan. ‘Beemster is van het platteland, erfgoed en agrarisch. Purmerend de marktplaats en zo ontstaat één nieuwe gemeente. Op de naamborden zal Middenbeemster staan, met daaronder de naam van de nieuwe gemeente, waarschijnlijk wordt dat Purmerend. Maar uw identiteit gaat niet naar Purmerend, u blijft een Beemsterling.’

Het college zelf houdt over drie jaar op te bestaan, de functies gaan of over in de nieuwe gemeente of komen te vervallen, zo ook de functie van de burgemeester. ‘Een nieuwe gemeente vraagt om een nieuwe burgemeester,’ zei Van Beek.

‘Koffie met cake?’

Deze vraag werd bij binnenkomst door iemand gesteld toen hij koffie kreeg aangeboden en gevraagd werd het aanwezigenregister in te vullen. ‘Dit lijkt wel een condoleanceboek. Want zo voelt het voor mij; afscheid van de Beemster.’

Ongenoegen werd niet onder stoelen of banken geschoven door een deel van de aanwezigen. Dat horen en beslissingen toelichten vanuit het college was de reden van deze bijeenkomsten. De gespreksleider vatte de bijeenkomst samen: de bevolking voelt zich een beetje gepakt, maar een groot deel begrijpt waar de huidige problemen door zijn gekomen. Het college wil nu oplossen waar dat kan en de Beemster niet verder stuk laten maken.

Verslaglegging Linda Fontijn, Stichting Dialoog