De Beemster 400 jaar geleden, 1612

De eerste maanden van 1612 had het polderbestuur het druk met de aanleg van diverse infrastructurele werken. Er moesten bruggen komen om het nieuwe land te ontsluiten. Bij Purmerend, De Rijp, Avenhorn en Oosthuizen waren grote bruggen gepland en bij Schermerhorn, Westmijzen, Oostmijzen, aan de zomerdijk te Beets, Hobrede en Kwadijk kleinere en daarover moest worden overlegd met de plaatselijke bestuurders. Ook dienden er, volgens de overeenkomst met Uitwaterende Sluizen in 1607, afwateringssluizen op kosten van de Beemster te worden aangelegd bij Schardam en bij Zaandam. Dat kunnen we heden ten dage nog zien aan de wapens in de sluismuren. In de Beemster zelf werden, zodra het weer het toeliet, de werkzaamheden aan de wegen en sloten hervat. Er heerste grote bedrijvigheid en overal verschenen tenten als onderdak voor de arbeiders.

Ondertussen werd het laatste water weggemalen en op 19 mei 1612, precies vijf jaar na de verlening van het octrooi, was de Beemster droog. Het hele project had 1.650.000 gulden gekost, per morgen ƒ 247. Een waar kunststuk voor die tijd! Dat trok veel belangstelling, tot in de hoogste kringen. Op 4 juli brachten de prinsen Maurits en Frederik Hendrik op uitnodiging van het polderbestuur een bezoek aan de Beemster.  Leeghwater beschrijft dit bezoek in zijn decennia later verschenen kroniek. De prinsen kwamen met een gevolg van adellijke heren aan in De Rijp waar ze werden verwelkomd. Over een provisorisch aangelegde brug over de ringvaart bestaande uit schuiten en pramen met planken erover, reed het gezelschap de Beemster in naar een grote tent op de plek van het latere Herenhuis aan de Rijperweg. Leeghwater vermeldt trots dat hijzelf “de tafel mede heb helpen bedienen”. Na de maaltijd vertrokken de prinsen naar Purmerend waar ze op het Slot Purmersteijn verbleven. De Prinsenzaal in het kasteel dankte zijn naam hieraan.

Op 10 en 11 juli vond te Amsterdam een grote vergadering van hoofdingelanden, dijkgraaf en heemraden plaats waar de voorstellen van de commissie die de verkaveling had voorbereid, werden besproken. Om ongelijkheid te voorkomen had men bedacht gronden van minder waarde te koppelen aan gewilde stukken zoals dijkkavels. De voorstellen werden unaniem goedgekeurd en de datum van de verloting werd vastgesteld op 30 juli. Op die dag verzamelde een grote menigte zich in de grote zaal van het Slot te Purmerend. Aanwezig waren alle intekenaren: 123 personen, verder namens de stad Purmerend enkele burgemeesters en de nieuw aangestelde kerkmeesters voor de Beemster kerk, die volgens het octrooi recht had op een honderdste, dus 75 morgen. Om 12 uur werd de klok geluid en onder het toeziend oog van drie schepenen van Purmerend begon de bijeenkomst met het voorlezen van de kavelcondities door dijkgraaf Tobias de Coene. Vervolgens werden alle biljetten, zowel van de kavels als van de intekenaren, voorgelezen en stuk voor stuk opgerold. De biljetten werden in twee korven gedaan en goed omgeschud waarna landmeter Lucas Sinck “met bloote armen” uit elke korf een biljet trok en aan de Purmerendse schepenen overhandigde. Zij lazen het resultaat van de loting hardop voor en de secretaris van de Beemster schreef het direct op in een register. Daarna werden de kavels van elke eigenaar ingetekend op een speciaal voor dit doel vervaardigde kavelkaart die de eigenaren ontvingen zodat ze wisten waar hun gronden lagen.

In augustus 1612 besloten de hoofdingelanden dat er een zegel en een wapen moesten komen. Het wapen werd in het onderste gedeelte water met een groen gras veld erboven en “daerop een rode koe, met een melk meijsken daeronder, in den hoeck een sonnestrael”, bovenop de tekst “Beemsterlants Zegel” en midden bovenin “een cleijn bosselken met tsamen gebonden pijlen”. Het melkmeisje is er helaas niet gekomen maar de koe siert al eeuwen het Beemster wapen.

© Katja Bossaers, september 2011.

Bronnen:

  • Waterlands Archief, Polderarchief Beemster, resoluties dijkgraaf en hoogheemraden, resoluties hoofdingelanden
  • Jacubus Bouman, Bedijking, opkomst en bloei van de Beemster, voorafgegaan door eene beschouwing van den vroegeren toestand van Noord-Holland (Purmerend 1857)
  • A.J. Kölker, Kroniek van de Beemster (Alphen aan den Rijn 1981)
  • Wouter Reh, Clemens Steenbergen, Diederik Aten, Zee van land, de droogmakerij als atlas van de Hollandse landschapsarchitectuur (Wormer 2005)
  • Han van Zwet, Lofwaerdighe dijckagies en miserabele polders. Een financiële analyse van landaanwinningsprojecten in Hollands Noorderkwartier, 1597-1643 (Hilversum 2009)